De Lange Weg naar "Sanctuary"

Een nieuwe kans voor twee Beloega's gered uit Oekraïne 

Inleiding 

Dit is deel drie van een reeks artikelen die ik in 2020 ben begonnen, toen ik een bezoek bracht aan het SEALIFE Trust Beluga Sanctuary in IJsland. Daar probeerde het wereldwijde entertainmentbedrijf en voormalige dolfinariumexploitant “Merlin Entertainments” twee beloega's (Delphinapterus leucas) te laten wennen aan een meer natuurlijke manier van leven. Dit nadat zij bijna hun hele leven onder menselijke zorg hadden doorgebracht. Dit project werd gepresenteerd als de ideale toekomstoptie voor beloega’s en mogelijk zelfs voor andere zeezoogdieren die momenteel in dolfinaria en andere zoölogische instellingen over de hele wereld leven. Op het moment dat mijn eerste artikel werd gepubliceerd, waren ze nog maar een week verwijderd van de introductie van deze dieren in een natuurlijke baai in IJsland. Helaas bleek deze introductie ingewikkelder dan aanvankelijk werd gedacht. Drie jaar later hadden de dieren slechts een korte periode in de  baai doorgebracht, voordat ze weer werden teruggebracht naar hun veel kleinere, op het land gelegen noodbassin. Ze reageerden niet erg goed op hun nieuwe omgeving en er deden zich verschillende complicaties voor. Op dat moment had ik gehoopt opnieuw over hen te kunnen schrijven en te vertellen hoe zij zich aanpasten aan hun nieuwe, natuurlijke omgeving. Helaas was dat niet mogelijk aangezien de dieren niet in de baai waren. Opnieuw naar IJsland gaan had voor mij dan ook geen zin, aangezien ik dan dezelfde omstandigheden aantrof als bij mijn eerste artikel. Ik wilde juist vergelijken hoe de dieren het zouden doen in de nieuwe, natuurlijke omgeving. Tijdens mijn zoektocht naar meer informatie over dit onderwerp kwam ik echter Oceanogràfic Valencia tegen; de enige andere faciliteit in Europa waar beloega's worden gehouden. Toevallig ook twee dieren. In 2023 besloot ik mijn tweede artikel, “Een toekomst voor Beloega's", te schrijven over deze faciliteit en hún visie op de toekomst van het houden van beloega’s onder menselijke zorg. Inmiddels zijn we weer drie jaar verder en zitten de IJslandse beloega's nog steeds in hun binnenverblijf. Ze hebben op het moment slechts 6,4% van de bijna zeven jaar die ze nu in IJsland zijn buiten doorgebracht. Inmiddels heeft Oceanogràfic twee beloega's gered uit het oorlogsgebied in Oekraïne. Hier besloot ik over te schrijven en te schrijven over de vraag "Wat is 'Sanctuary' nu echt?"

Ter opfrissing, of voor nieuwe lezers, zal ik nogmaals wat uitgebreider ingaan op deze fascinerende soort. De beloega, beloegawalvis of witte walvis (Delphinapterus leucas) is een Arctische en sub-Arctische walvisachtige. Met zijn grote formaat, unieke lichaamsvorm en opvallende witte kleur is het een van de beter herkenbare walvisachtigen van de meer dan 90 soorten die onze planeet rijk is. Beloega’s kunnen meer dan vijf meter lang worden en doordat ze aangepast zijn aan het leven in Arctische wateren hebben ze een zeer karakteristiek uiterlijk: een bijzonder rond en glad lichaam zonder uitstekende ledematen (zoals een rugvin of snuit) en een grote, bolvormige kop. De beloega staat ook bekend als de “kanarie van de zee”, omdat hij een uitgebreid repertoire heeft aan hoge klikgeluiden en fluittonen. Ze zijn nauw verwant aan en qua bouw vergelijkbaar met de narwal, de enige andere soort binnen de familie Monodontidae naast de beloega. Omdat de beloega zo herkenbaar is en een vriendelijk, bijna vertederend uiterlijk heeft, is hij bij veel mensen erg populair. Omdat deze dieren voornamelijk in Arctische wateren leven (waardoor het voor veel mensen zeldzaam of zelfs onmogelijk is om een beloega in het wild te zien)  hebben aquaria en dolfinaria een grote rol gespeeld in de huidige populariteit van de soort. Beloega’s waren zelfs de eerste walvisachtigen die doelbewust werden gevangen en in aquaria werden tentoongesteld, al in 1861(!) zelfs. In mijn vorige artikel ga ik ook uitgebreider in op de geschiedenis van beloega’s onder menselijke zorg.

Mijn interesse om deze serie voort te zetten werd begin dit jaar opnieuw aangewakkerd, toen een wilde beloega enkele weken voor de Nederlandse kust verbleef. Dat is natuurlijk zeer ongebruikelijk. Beloega’s leven immers in Arctische en sub-Arctische wateren. De wateren van het Nederlandse deel van de Noordzee liggen ver buiten hun natuurlijke leefgebied. Bovendien werd dit dier alleen waargenomen, terwijl beloega’s normaal gesproken sociale dieren zijn die in paren of groepen leven. Ik ben zelf naar de kust gegaan om dit dier te zien en heb het meerdere keren kunnen waarnemen. Het was de eerste waarneming van een beloega in Nederland in zestig jaar! Wat heeft dit dier ertoe gebracht om hierheen te komen? Klimaatverandering? Windmolens? Vervuiling? Wie zal het zeggen… Maar duidelijk is dat de toekomst van wilde beloega’s net zo onzeker lijkt als die van beloega’s onder menselijke zorg.

Boven: Een mooie dag bij Strandslag drooghe Weert, Julianadorp. Waar ik zoals vele anderen naar toe kwam om een glimp op te doen van de wilde beloega. En dat lukte!

                                                 Beloega's onder menselijke zorg in Europa

Tegenwoordig zijn beloega's één van de meest gehouden walvisachtigen onder menselijke zorg. Ze worden gehuisvest in aquaria, dolfinaria en andere zoölogische faciliteiten zoals dierentuinen in Noord-Amerika, Europa, Rusland en Azië. Het grootste aantal van deze dieren leeft in Rusland en Azië (met een geschat aantal tussen de 100 en 200 dieren, maar mogelijk zelfs meer) en ongeveer 85 dieren leven in Westerse instanties in Noord-Amerika, Canada en de Europese Unie. Ondanks dat, zijn er dus maar twee faciliteiten die beloega's huisvesten in Europa. Beide instellingen bezocht ik al tijdens het schrijven van de vorige twee artikelen. Ik stel ze hier nog een keer kort voor:

SEALIFE Trust Beluga Sanctuary

Het SEA LIFE Trust Beluga Whale Sanctuary is het eerste openwaterreservaat ter wereld dat speciaal is ontworpen voor beloega’s die eerder onder menselijke zorg hebben geleefd. Het ligt in de baai van Klettsvík op het eiland Heimaey, onderdeel van de Vestmannaeyjar eilanden voor de zuidkust van IJsland. Het reservaat werd opgericht door SEA LIFE Trust, met belangrijke steun van "Merlin Entertainments" en de natuurbeschermingsorganisatie "Whale and Dolphin Conservation" (WDC), met als doel een natuurlijker alternatief te bieden voor traditionele aquaria of dolfinaria. Het reservaat bestaat uit een grote natuurlijke baai die met netten is afgesloten, waar beloega’s in zeewater kunnen zwemmen en natuurlijke omstandigheden kunnen ervaren, terwijl zij nog steeds menselijke zorg ontvangen. De baai beslaat ongeveer 32.000 m² en heeft een maximale diepte van ongeveer 10 meter, waardoor de dieren ruimte hebben om te duiken en hun omgeving te verkennen. Daarnaast beschikt het reservaat over een zorgfaciliteit op land, de zogeheten 'carepool' oftewel quarantainebassins, veterinaire ruimtes en een bezoekerscentrum waar je tegen betaling de dieren kunt bekijken, evenals een opvangcentrum voor papegaaiduikers. Volgens SEALIFE is er ruimte voor maximaal tien beloega’s, al leven er momenteel slechts twee.

De eerste bewoners van het reservaat zijn twee vrouwelijke beloega’s, Little Grey en Little White. Zij leefden eerder in Changfeng Ocean World in Shanghai en werden in 2019 naar IJsland overgebracht na een complexe reis van ongeveer 96.000 kilometer waarbij lucht-, land- en zeetransport werd gebruikt. Het doel van deze verhuizing was om de dieren een “pensioen” te geven na hun leven in een klassiek dolfinarium en hen een bestaan te bieden in een meer natuurlijke omgeving, zij het nog steeds onder menselijke zorg. Het project wil aantonen dat dit soort 'sanctuaries' oftewel kustreservaten een haalbaar alternatief kunnen zijn voor beloega’s (en mogelijk ook voor andere zeezoogdieren zoals dolfijnen) die momenteel onder menselijke zorg worden gehouden. Het idee is dat dieren die niet volledig in het wild kunnen worden uitgezet, toch kunnen profiteren van een semi-natuurlijke omgeving in plaats van de traditionele aquariumomgeving.

Het reservaat heeft echter ook met  grote tegenslagen te maken gehad. Zo zorgde het zinken van een boot in 2022 voor brandstofvervuiling in de baai, waardoor het gebruik van het openwatergebied tijdelijk moest worden uitgesteld en er herstelwerkzaamheden nodig waren. De beloega's zijn sinds dat ze naar IJsland kwamen in 2019, twee keer naar buiten verhuisd en geïntroduceerd in de baai. Beide keren moesten zijn vanwege stress en gezondheidsredenen weer terug naar hun carepool op het land. Uitspraken van medewerkers en ex-medewerkers die betrokken zijn of waren bij hun verzorging geven aan dat de dieren, terwijl ze in de baai waren, tekenen van stress vertoonden en moeilijk te hanteren waren, wat zorgen oproept over hun welzijn in die omgeving. Sommige dierenartsen, welzijnsspecialisten en verzorgers hebben zich uitgesproken tegen verdere pogingen om de beloega's in de baai te plaatsen, en stellen dat dergelijke inspanningen mogelijk meer worden gedreven door meningen en verwachtingen dan door de belangen van de dieren zelf. Uiteindelijk zijn de dieren, na inmiddels bijna zeven jaar in IJsland te hebben verbleven, slechts twee keer naar het openwaterverblijf gebracht. Beide keren moesten ze na korte tijd weer worden teruggebracht naar hun veel kleinere verzorgingsbassin op het land, waarbij één van de twee dieren blijvende gezondheidsschade heeft opgelopen. De beloega's hebben twee seizoenen doorgebracht in het verblijf in de Klettsvikbaai, in totaal ongeveer 158 dagen. Dit komt neer op 123 dagen in 2020 en slechts 35 dagen in 2023. Dit betekent dat zij op het moment van schrijven van dit artikel slechts 6,4% van hun tijd in IJsland buiten hebben doorgebracht. Dit laat zien hoe complex het kan zijn om dieren die lang onder menselijke zorg leefden te laten wennen aan een meer natuurlijke omgeving. Op het moment dat dit artikel wordt geschreven bevinden de dieren zich nog steeds in hun kleine verzorgingsbassin in de haven. 

Boven: Het SEALIFE Trust Beluga Sanctuary. De enige operationele 'sanctuary' ter wereld. Waar men nu al zeven jaar bezig is twee beloega's naar een natuurlijk verblijf te integreren.

Oceanogràfic Valencia

Oceanogràfic is een openbaar aquarium in de stad Valencia in Spanje. Het maakt deel uit van de Ciutat de les Arts i les Ciències, ook wel bekend als de Stad van Kunst en Wetenschap. Het werd geopend op 13 februari 2003 en staat bekend als het grootste aquariumcomplex van Europa. Het aquarium huisvest meer dan 20.000 dieren van ongeveer 600 verschillende soorten, waaronder dolfijnen, beloega’s, zeeleeuwen, zeehonden, pinguïns, zeeschildpadden, haaien, roggen en vele verschillende vogels, vissen, schaaldieren en andere waterdieren.

Naast educatie via de vele dieren die in het park worden getoond, houdt Oceanogràfic zich ook bezig met de redding en rehabilitatie van zeeschildpadden en met diverse initiatieven voor de bescherming en het behoud van wilde dieren, met name soorten die in Spanje voorkomen. De Oceanogràfic Foundation voert een breed scala aan projecten uit op het gebied van natuurbehoud, redding en wetenschappelijk onderzoek, gericht op mariene en zoetwaterbiodiversiteit. Het veterinaire centrum Arca del Mar rehabiliteert gewonde dieren die langs de Spaanse kust worden gevonden, met name zeeschildpadden, maar ook zeezoogdieren, haaien, roggen, zeepaardjes, koralen en meer. Daarnaast hebben zij vele initiatieven op het gebied van natuurbehoud en bescherming van wilde dieren, met name lokale en inheemse soorten in Spanje. Ook beheren zij onderzoeks- en beschermingsprojecten in onder andere Antarctica, IJsland, de Galapagoseilanden en het Ecuadoraanse Amazonegebied, evenals in Thailand.

Onderzoeksprojecten omvatten onder andere baanbrekend onderzoek naar decompressieziekte bij zeeschildpadden die in visnetten verstrikt raken, studies naar de duikfysiologie van zeezoogdieren en het volgen van dolfijnen in open water om de gezondheid van mariene ecosystemen te beoordelen. De stichting werkt ook samen met de visserijsector om interacties tussen dolfijnen en visserijmateriaal te bestuderen, per ongeluk gevangen haaieneieren te redden en contact te onderhouden met vissers om veranderingen in het milieu en gestrande dieren te melden. Naast redding en onderzoek voert de stichting ook verschillende beschermings- en herstelprojecten uit. Hieronder vallen programma’s waarbij jonge zeeschildpadden tijdelijk worden grootgebracht voordat ze worden vrijgelaten, de ontwikkeling van technieken om de ernstig bedreigde Europese paling onder menselijke zorg te kweken en fokprogramma’s voor bedreigde lokale soorten zoals de Europese moerasschildpad, de Griekse landschildpad, de Iberische ribbensalamander en de Valenciaanse tandkarper. De organisatie werkt daarnaast aan projecten voor zeebodembescherming in Jávea, habitatherstel, het opruimen van stranden en zeebodems en het herstel van belangrijke zoetwaterhabitats voor amfibieën en andere soorten. Andere activiteiten zijn onder meer het ringen van flamingo’s voor wetenschappelijk onderzoek, het bijhouden van biologische monster- en ziektedatabases ter ondersteuning van internationaal onderzoek en het kweken van bepaalde vissoorten om de noodzaak van vangst in het wild voor aquaria te verminderen. Als je meer wilt lezen over deze projecten en de inspanningen van Oceanogràfic, raad ik je aan ook mijn vorige artikel te lezen.

                                            De Beloega's van Oceanogràfic Valencia

Tot voor kort leefden er slechts twee beloega’s in Oceanogràfic: een volwassen vrouwtje genaamd Yulka en haar zoon Kylu. Sinds 18 juni 2024 zijn er echter vier beloega’s in Oceanogràfic. Tijdens een complexe internationale reddingsoperatie werden twee dieren rechtstreeks uit Oekraïne overgebracht, die vanwege de aanhoudende oorlog geen andere optie hadden dan naar Valencia te worden getransporteerd. Deze twee dieren, Miranda en Plombir, kwamen uit een dolfinarium in Charkiv. Nog nooit eerder was een dergelijke operatie uitgevoerd. De dieren werden eerst ongeveer 12 uur per vrachtwagen van Charkiv naar Odessa vervoerd. Van daaruit werden ze naar Moldavië gebracht, waarna ze per vliegtuig naar Valencia werden gevlogen. Zo ontstond een kleine sociale groep van vier beloega’s van beide geslachten, vergelijkbaar met hoe hun soortgenoten in het wild leven. Tegenwoordig maken Miranda en Plombir deel uit van de beloegagroep van Oceanogràfic en dragen zij bij aan wetenschappelijk onderzoek naar beloegafysiologie, immunologie, communicatie en welzijn, uitgevoerd door de Oceanogràfic Foundation.

Yulka

Yulka is een volwassen, vrouwelijke beloega. Ze is geboren in het wild ergens in Rusland. Haar geschatte geboortejaar is 1996. Ze werd in 1999 gevangen en vanuit Rusland getransporteerd naar het Mar del Plata aquarium in Argentinië. Hier kwam ze samen te leven met het mannetje Kairo, die al in 1996 in Rusland werd gevangen, eerst wat tijd doorbracht in een onderzoekscentrum in Moskou en sinds 1998 in Mar del Plata leefde. De dieren bleven in Mar del Plata tot juli 2003, toen ze samen naar Oceanogràfic verhuisden. De reden was Dat het Mar Del Plata aquarium in moeilijkheden terecht kwam tijdens de recessie. De oorspronkelijke exploitant van Oceanogràfic kocht daarom verschillende dieren van dat aquarium en verspreidde ze over verschillende instanties in Spanje in een poging deze dieren te redden. Op drie november 2006 beviel Yulka van haar eerste kalf, een mannetje dat helaas al op 28 november overleed. Ondanks dat was het wel de eerste succesvolle beloega geboorte van Europa, waarbij het kalf levend geboren werd en de eerste week doorstond. Op 15 november 2016 beviel ze van haar tweede kalf, opnieuw een mannetje genaamd Kylu. Dit was de eerste keer dat een beloega kalf de kwetsbare periode na de geboorte en vervolgens ook het eerste levensjaar overleefde. Kylu leeft vandaag de dag nog steeds samen met Yulka. Kylu's vader Kairo stierf in de ochtend van 26 april 2022. Hij werd geschat op minstens 60 jaar oud. Op dat moment had hij al bijna 20 jaar bij Oceanogràfic doorgebracht. 

 Boven: Yulka, één van de twee originele dieren die in 2003 naar Oceanogràfic kwamen. Ze arriveerde in Valencia samen met het mannetje Kairo, die in 2022 overleed. Ze kregen samen twee nakomelingen. De eerste leefde maar heel kort, de tweede genaamd Kylu leeft nog steeds samen met haar in Valencia.

Kylu

Kylu werd geboren op 15 november 2016 na een dracht van 500 dagen en is vernoemd naar de initialen van zijn ouders (Kairo en Yulka). Hij werd geboren tijdens de supermaan. Bij de geboorte woog hij 63 kilo en was hij 1 meter en 60 centimeter lang. Vader Kairo werd op dat moment al tegen de 50 jaar oud geschat, maar toch was het een natuurlijke bevruchting. Kylu is met de hand groot gebracht door zijn verzorgers omdat hij problemen had met het zogen bij Yulka. Er werd een  baanbrekende methode ontworpen met een mengsel van vetrijke melk zonder lactose en met taurine, wat van nature in haring en zalm voorkomt. Kylu was de tweede beloega ter wereld die met de hand werd grootgebracht en de eerste in Europa. De methode en het mengsel waarmee Kylu werd gevoed zijn een jaar later ook toegepast bij een opgevangen beloega kalf uit Alaska genaamd Tyonek in Seaworld San Antonio. Inmiddels is Kylu al een jongvolwassen dier. Mannelijke beloega's bereiken tussen de 8 en 14 jaar geslachtsrijpheid. Kylu is makkelijk te herkennen als kleinste dier van Oceanogràfic. Hij heeft grijze vlekken rond zijn ogen en is nog niet helemaal puur wit van kleur. Dit is een overblijfsel van toen hij nog een kalf was, aangezien beloega's volledig donkergrijs worden geboren. Bij een jonge beloega is de buitenste laag van de epidermis erg dik in vergelijking met die van een volwassene. De structuur van de huid van het pasgeboren dier is erg onstabiel, waardoor het dier geleidelijk van donkergrijs naar de zuiver witte kleur verandert. Het duurt enkele jaren voordat het dier helemaal wit is, sommige dieren behouden zelfs hun hele leven wat grijze vlekken.   

 Boven: Kylu, momenteel de enige beloega die onder menselijke zorg geboren is in Europa. Hij was ook de eerste beloega in zowel Spanje als Europa die zijn eerste levensjaar overleefde. Kylu is op de natuurlijke weg verwekt, maar door complicaties met het zogen is hij door zijn verzorgers met de hand grootgebracht.

Plombir

Plombir of Пломбир werd gevangen in Rusland. Zijn naam betekend "room", maar vertaald ook naar "Sundae" zoals de beroemde ijscoupe. Op 25 mei 2010 werd hij getransporteerd naar het dolfinarium "NEMO" in Odessa. De naam "NEMO" slaat op een keten van dolfinaria onder één moederbedrijf. NEMO opende in 2005 haar eerste dolfinarium en toonde daar tot 2010 tuimelaars uit de Zwarte Zee. Daarna werden 16 dolfijnen uit Japan werden geïmporteerd (11 vrouwtjes, 5 mannetjes). In 2013 werden er nog eens 20 tuimelaars geïmporteerd, eveneens uit Japan. Hierdoor leven beide ecotypes nu nog steeds in NEMO dolfinaria verspreid over Oekraïne, Rusland en de Krim. Op het hoogtepunt had NEMO meer dan 15 vestigingen verdeeld over deze landen. NEMO dolfinaria zijn klein en met veel simpelere infrastructuur dan de faciliteiten die we in West-Europa gewend zijn. Zij voldoen niet aan de standaarden die wij in West-Europa waarborgen voor zeezoogdieren. De dieren doen daar ook mee aan klassieke shows en interacties met bezoekers. Vaak met weinig of zelfs zonder enige vorm van educatie. Dat is daar nog steeds de norm. Plombir leefde in Odessa samen met dolfijnen en werd later vergezeld door Miranda, een vrouwelijke beloega. Hij verhuisde in 2012 samen met Miranda van het dolfinarium in Odessa naar het dolfinarium in Charkiv. Hier leefden de dieren samen met dolfijnen. Toen de oorlog uitbrak in Oekraïne kwamen de gevechten gevaarlijk dicht bij NEMO Kharkiv. Met gevaar voor eigen leven bleven de verzorgers zorg verlenen aan de dieren. De dolfijnen konden worden verplaatst naar NEMO Odessa en vervolgens naar Delfinariu Constanta in Roemenië. Een veilige plek vinden voor de beloega's bleek echter moeilijker dan gedacht. Er werd vervolgens  hulp gevraagd aan Oceanogràfic, die meteen begonnen met het plan om een reddingsactie uit te voeren. Op 18 juni 2024 kwamen Plombir en Miranda aan in Valencia. 

 Boven: Plombir, één van de twee beloega's die gered zijn uit Oekraïne. Plombir is een enorm grote beloega van ongeveer 5 meter lang en daarmee één van de grootste al dan niet de grootste beloega onder menselijke zorg. Hierdoor is hij makkelijk te herkennen als je hem samen met de andere dieren ziet zwemmen.

Miranda

Miranda, voorheen ook wel "Snezhka" oftewel "Снежка" (Sneeuw) genoemd is een vrouwelijke beloega. Ook zij komt van origine uit het wild. In Rusland is het namelijk niet verboden om zeezoogdieren uit het wild te vangen en dit wordt dan ook regelmatig nog gedaan om dolfinaria in Rusland zelf, maar ook Oekraïne of Azië te voorzien van dieren. Dit lijkt misschien ondenkbaar voor ons hier in West-Europa, waar het al meer dan 40 jaar verboden is om zeezoogdieren uit het wild te verkrijgen, maar in die landen is de regelgeving en wat er maatschappelijk geaccepteerd wordt anders dan hier. Miranda leefde samen met Plombir in Odessa. Hier werd ze echter lastig gevallen door de groep dolfijnen. Door haar rustige en timide karakter werd ze achterna gezeten en gepest door de mannelijke tuimelaars in het dolfinarium van Odessa. Daarom zijn de twee dieren naar Charkiv verhuisd, waar een rustigere groep dolfijnen leefde met voornamelijk vrouwelijke dieren. Er werd gedacht dat dit beter zou aansluiten en Miranda zich daar beter zou voelen. De twee verhuisden in 2012 naar Kharkiv en kwamen dus samen naar Oceanogràfic na een ongelofelijke en zeer gecompliceerde reddingsoperatie waarvan ik de details vandaag graag met jullie wil delen.  

 Boven: Het vrouwelijke dier van het duo dat uit Oekraïne kwam. Miranda is het makkelijkst te herkennen aan het hapje dat mist uit haar 'lip'. Ze is een heel rustig dier met een verlegen en terughoudend karakter. Ook is ze van alle vier de dieren het meest helderwitte, zonder grijze vlekken of zwarte plekjes.

                                                                           Interview

De reddingsoperatie van Miranda en Plombir werd in de media omschreven als een van de meest complexe evacuaties van zeezoogdieren ooit. Dat kwam door de omstandigheden: de operatie vond plaats tijdens een oorlog, betrof meerdere landen en vereiste uiterst gespecialiseerde transportlogistiek. Daarom wist ik dat ik een interview móést doen bij Oceanogràfic om meer te weten te komen over deze opmerkelijke reddingsoperatie. Ik sprak met Robert Gojceta, curator van zeezoogdieren bij Oceanogràfic en ook stamboek coördinator van tuimelaardolfijnen in Europa. Hij coördineerde de reddingsactie en was nauw betrokken bij het transport. Ik stelde hem de volgende vragen:

Wat kunt u vertellen over de achtergrond van deze twee beloega’s?

Beide beloega’s komen oorspronkelijk uit Rusland. Ze zijn in het wild gevangen, ergens in het Oosten van Rusland. Plombir was de eerste van het duo die van Rusland naar Oekraïne werd verplaatst. Ten tijde van de reddingsoperatie werd zijn leeftijd geschat op ongeveer 15 jaar. Hij verhuisde in 2010 naar "NEMO Odessa" in de stad Odessa, waar hij als enige beloega leefde, maar wel samen met tuimelaars. Miranda arriveerde iets later. Haar leeftijd werd tijdens de redding geschat op 14 jaar. Ze leefden daar samen met de dolfijnen tot 2012. In dat jaar verhuisden ze naar "NEMO Kharkiv" in Charkiv. omdat de groep tuimelaars in Odessa Miranda begon te pesten. In Kharkiv was een kleinere groep tuimelaars met meer vrouwtjes, waarvan men dacht dat dit beter bij Miranda zou passen. Ze leefden daar het typische leven van dolfinariumdieren in Oekraïne: met shows, publieksinteracties en een verblijf dat qua standaard verschilt van wat wij in West-Europa gewend zijn.


Hoe kwam Oceanogràfic op de hoogte van de situatie van deze twee beloega’s in Oekraïne?

Sinds het begin van de oorlog waren we al zeer betrokken bij en ondersteunden we het dolfinarium in Charkiv. De Foundation zamelde toen al geld in om financiële steun te sturen voor voedsel, de juiste filtratie, energiekosten etc. Op dat moment waren er nog geen plannen om dieren uit het oorlogsgebied naar Oceanogràfic over te brengen. Toen de oorlog echter heviger werd, nam de eigenaar van NEMO contact op met ons. In Oekraïne waren toen ongeveer 80 dolfijnen en 60 vinpotigen onder menselijke zorg, maar Miranda en Plombir waren de enige beloega’s. Er waren nog enkele dieren op de Krim, maar dat gebied was al door Rusland bezet, waardoor ingrijpen daar onmogelijk was.

NEMO Kharkiv lag op dat moment aan de frontlinie. Terwijl Rusland probeerde de stad met bombardementen in te nemen, werd de situatie steeds gevaarlijker voor de dieren en hun verzorgers. Niemand kon voorspellen hoe veel erger het zou worden, dus er moest gehandeld worden. Wij waren op dat moment de enige optie, omdat we de enige faciliteit in Europa waren met de ruimte en middelen om twee beloega’s op te nemen. We konden dit simpelweg niet negeren. Alles ging uiteindelijk vrij snel: van de eerste gesprekken tot de daadwerkelijke uitvoering van het transport zat ongeveer drie maanden.


Wat was de toestand van de dieren toen jullie besloten in te grijpen?

Dat was moeilijk te beoordelen. Normaal gesproken ga je vóór een transport eerst zelf naar de locatie om de dieren te inspecteren. In dit geval mocht ik niet gaan vanwege de veiligheidsrisico’s. Ik moest vertrouwen op documentatie van het lokale team en de dierenarts. Volgens die documentatie zag alles er goed uit.


Wat waren de risico’s van deze reddingsoperatie?

Logistiek gezien was het extreem riskant. We moesten twee zeer grote dieren verplaatsen zonder dat we vooraf veel wisten, eigenlijk wisten we bijna niets. In het eerste jaar van de oorlog lag NEMO Kharkiv op slechts 800 meter van de frontlinie. We zagen foto’s van het dolfinarium dat met zandzakken werd versterkt en van kogelgaten in het dak. Toch bleven ze daar voor de twee walvissen en vijf dolfijnen zorgen. Later wist het Oekraïense leger de Russen terug te dringen, waardoor de stad niet langer direct in gevechten verwikkeld was. Maar als Rusland opnieuw zou oprukken en de stad weer zou binnendringen, zou een reddingsoperatie onmogelijk worden. Dus dit was het moment om te handelen, ook al waren er nog steeds veel risico’s.


Hoe verliep het transport uit het oorlogsgebied?

We wisten dat we snel moesten handelen. Het grootste probleem was de afstand. Het luchtruim boven Oekraïne was gesloten, dus de dieren konden alleen over de weg het land uit. Dat betekende dat de dichtstbijzijnde operationele luchthaven zich in Chișinău, de hoofdstad van Moldavië, bevond. Eerst moesten de dieren een rit van 11 tot 12 uur maken van Charkiv naar Odessa. Daar konden we ze inspecteren en eventueel onderbrengen als hun conditie niet goed genoeg was om verder te reizen.

Een andere grote zorg betrof de transportkisten zelf. De transportkisten waren gebouwd onder oorlogsomstandigheden, met zeer eenvoudige materialen, en hadden geen standaardinspectie ondergaan. In tegenstelling tot IATA-gecertificeerde transportcontainers, die ontworpen zijn om het gewicht van meerdere tonnen water en de belasting van laden, lossen en turbulentie tijdens de vlucht te weerstaan, waren dit eigenlijk maar simpele dingen. Daarom vormden deze kisten een aanzienlijk risico. Een structureel falen had kunnen leiden tot verlies van water tijdens het transport, wat fataal zou zijn geweest voor de dieren, vooral als dit tijdens de vlucht was gebeurd. Om die reden diende Odessa ook als controlepunt om te beoordelen of zowel de dieren als de transportkisten in een geschikte staat verkeerden om de reis voort te zetten.

Daarna moesten we nog ongeveer vijf uur rijden naar Moldavië, de dieren in een vliegtuig laden en naar Valencia vliegen. Dat was de enige haalbare optie. Ik vloog vooruit naar Moldavië en reisde vervolgens naar Oekraïne om de NEMO-locatie in Odessa te inspecteren. Het hoofdkantoor van de NEMO vestigingen bevindt zich daar ook. De eerste stop in Odessa was cruciaal om de toestand van de dieren te beoordelen, dit was de eerste keer dat iemand van ons ze in het echt zou zien. We moesten ook een plan B hebben. Dat was ze eventueel onderbrengen in de faciliteit in Odessa als ze niet verder konden reizen. Ik wilde ook de route van Odessa naar de Moldavische grens inspecteren. Op papier leek die eenvoudig, omdat de afstand niet groot is. In werkelijkheid duurde die rit vele uren door constante grenscontroles. We konden de dieren niet aan zoveel extra reistijd blootstellen. Daarom besloten we dat een politie-escorte de enige oplossing was.

Ik werk inmiddels meer dan 30 jaar met zeezoogdieren en heb onder verschillende omstandigheden veel dolfijnen verplaatst. Maar met beloega’s geldt een ander protocol en het zijn ook gewoon andere dieren. Daarom besloten we ook collega’s uit de Verenigde Staten te betrekken die meer ervaring hebben met transport van beloega’s. Zij voegden zich een week later bij ons in Moldavië. Vanwege de risico’s besloten we dat ik als enige naar Oekraïne zou reizen om de dieren te inspecteren. Ik ging opnieuw naar NEMO Odessa om daar op hun aankomst te wachten. De vrachtwagen met de dieren arriveerde samen met de dierenarts en verzorgers. In Oekraïne worden walvisachtigen vaker tussen faciliteiten verplaatst, dus men had veel praktische ervaring met het transport. Het oorspronkelijke plan was dat de verzorgers met de dieren mee naar Valencia zouden reizen. De meeste mannen konden echter Oekraïne niet verlaten vanwege de dienstplicht. Slechts één man mocht vertrekken, omdat hij drie kinderen onder de twaalf jaar had. We werden daarom vooral ondersteund door vrouwelijke medewerkers. Ik was verbaasd dat de dieren in vrij goede conditie waren. Ze hadden wat ondergewicht en waren licht uitgedroogd, maar verkeerden verder gezien de omstandigheden, in een goede toestand. Miranda was extreem rustig. Plombir was wat onrustig, maar dat was niet erg. Soms zie je liever wat meer energie dan volledige rust, want extreme kalmte kan ook betekenen dat een dier apathisch wordt. Een beetje spanning kan dus juist positief zijn.

 Boven: Foto's van Miranda en Plombir tijdens het lange en ongelofelijk ingewikkelde transport. Deze foto's mocht ik gebruiken van Oceanogràfic.

Nadat we de conditie hadden beoordeeld, besloten we verder te gaan. We moesten van Odessa naar de luchthaven van Chișinău rijden, ongeveer 190 kilometer. Met politie-escorte duurde het nog steeds lang door papierwerk, telefoongesprekken en bureaucratische 'onzin'. Toen we eenmaal op de luchthaven van Chișinău aankwamen, was er geen weg meer terug. Terug naar Oekraïne gaan was geen optie en in Moldavië is geen dolfinarium waar we de dieren tijdelijk konden onderbrengen. Je kunt tenslotte niet twee beloega's in een badkuip zetten. Hoewel we de luchthaven vooraf hadden voorbereid, ontstonden er toch problemen. Het was een kleine luchthaven die niet gewend was aan grote vrachtvliegtuigen. Om de transportkisten met de dieren in een vliegtuig te krijgen hadden we een groot cargotoestel nodig dat aan de voorkant of achterkant open kon. Gewone Westerse Boeing-toestellen voldeden niet. De luchthaven had ook geen lift-systeem om de transportkisten in het vliegtuig te laden, dus we moesten een speciaal type vliegtuig ergens vandaan zien te halen.

Uiteindelijk kwamen we uit op een Ilyushin Il-76, een voormalig Sovjet-vrachtvliegtuig met een ingebouwd kraansysteem. Daarmee konden we de transportkisten direct het vliegtuig in tillen. Het probleem was dat dit een Russisch vliegtuigtype is. Een toestel uit Rusland regelen was uiteraard geen optie...en Oekraïne, de andere grote gebruiker had een gesloten luchtruim. Uiteindelijk vonden we een toestel in Azerbeidzjan. Dat land had er meerdere, maar slechts één mocht vliegen vanwege lokale milieuregels. Dit hele proces duurde lang en was enorm ingewikkeld. Maar de dieren deden het goed en we voelden enorme opluchting toen we eindelijk opstegen. De vlucht verliep soepel en de dieren maakten het goed. Toen we in Valencia landden en al onze collega’s daar op ons zagen wachten, was dat een spectaculair moment. Zoveel steun, zo goed georganiseerd en met zoveel professionaliteit. Ik ging van het gevoel dat we alleen in een oorlogsgebied stonden naar dit warme onthaal! Dat was een emotioneel moment.

Vanaf dat moment nam het Oceanogràfic-team het over en kon ik eindelijk wat afstand nemen. Dat was prettig, want ik had op dat moment al 24 uur niet geslapen. De operatie was natuurlijk nog niet voorbij. Ook het plaatsen van de dieren in hun nieuwe verblijf vereiste veel werk. We kregen hulp van zowel het Oekraïense team als de Amerikaanse collega’s. Uiteindelijk werden de dieren in hun verblijf geplaatst.

Missie geslaagd!

Ik werk sinds 1992 met zeezoogdieren en dit was een van de meest bijzondere ervaringen uit mijn hele carrière. Wat we in zo’n korte tijd hebben kunnen organiseren, met zoveel professionele mensen.. ik kan de operatie alleen maar een succes noemen.


Werkten jullie samen met andere organisaties of instanties?

EAZA, EAAM en ook AZA steunden ons vanaf het begin, wat enorm hielp. De hele gemeenschap stond achter ons. Tijdens het transport werkten we samen met SeaWorld, Georgia Aquarium en het NEMO-team, en uiteraard kregen we ook steun van de lokale overheden.


In welke fysieke en mentale toestand arriveerden de dieren?

Plombir deed het geweldig. Hij was vanaf het begin zeer actief en begon vrijwel meteen te eten. Miranda had wat meer tijd nodig. Het duurde twee tot drie dagen voordat ze begon te eten, maar dat was geen reden tot zorg. In tegenstelling tot dolfijnen zijn beloega’s in hun natuurlijke leefomgeving gewend om te vasten, dus een paar dagen niet eten is voor hen niet schadelijk. Miranda is bovendien van nature wat meer terughoudend. Dat zit gewoon in haar karakter. Over het algemeen deden ze het erg goed.


Hoe reageren ze tot nu toe op hun nieuwe omgeving?

Het was een volledig nieuwe omgeving voor hen. De faciliteiten in Oekraïne waren vrijwel identieke kopieën van elkaar: kale betonnen bassins, kleiner dan de meeste West-Europese verblijven. Zonder rotsen, zonder meerdere bassins en vooral zonder 'gates'. De dieren wisten dus niet wat een doorgang was.

De eerste tijd bleven ze in het achterste bassin, dat nog het meest leek op hun oude verblijf in Oekraïne. Plombir begon af en toe zijn hoofd door de opening te steken, maar het duurde ongeveer een maand voordat ze daadwerkelijk door de gate naar het andere bassin gingen. Zelfs nu brengen ze nog veel tijd door in het kleinere achterste bassin, terwijl ze toegang hebben tot alle bassins.

Voor mensen lijkt dat misschien vreemd: waarom kiezen ze niet voor het grotere gebied? Maar dieren denken niet zoals mensen. Groter is niet altijd beter. Bij zeezoogdieren zie je vaak dat ze kleinere ruimtes verkiezen, zelfs wanneer ze toegang hebben tot meerdere en grotere bassins. Dat kan zijn omdat ze zich daar veiliger voelen, of omdat een dominant dier een kleinere ruimte makkelijker kan controleren. Dit laat zien dat we de behoeften van de dieren moeten respecteren, in plaats van onze menselijke ideeën op hun gedrag te projecteren.


Waren er specifieke gezondheidsproblemen die aangepakt moesten worden?

De dieren waren voor onze normen iets te mager. Dat komt doordat ze eerder in warmer water leefden in Oekraïne, omdat ze hun verblijf deelden met dolfijnen. Hun voedselinname was ook beperkt waar ze vandaan kwamen, omdat de voorziening van vis in Oekraïne niet gegarandeerd kon worden. Daarom kregen ze gedurende meerdere periodes slechts de helft van hun normale dieet, zodat het dolfinarium in Charkiv in geval van schaarste toch nog wat vis over had. Onze beloega’s zijn in een hele andere conditie; zij leven in een Arctische omgeving met koud water en gekoelde, gefilterde lucht. We moesten dus een compromis vinden.

We konden Miranda en Plombir niet meteen in ijskoud water zetten. Ze moesten geleidelijk wennen en eerst in gewicht toenemen, maar we konden de temperatuur ook niet verhogen tot het niveau van Oekraïne, omdat onze eigen beloega’s, Yulka en Kylu  juist aangepast zijn aan koud water. Daarom kozen we een tussenoplossing: de temperatuur werd iets verhoogd voor alle dieren, waarna deze geleidelijk weer verlaagd zal worden terwijl Miranda en Plombir meer lichaamsgewicht opbouwen.


Wat betekent deze redding voor jullie bredere missie?

Het betekent veel.

Het redden van dieren is natuurlijk een van onze belangrijkste missies. Maar de bijzondere omstandigheden maken dit geval uniek. Wij waren de enigen die konden helpen, en we konden onze rug daar niet naar toekeren, ook al waren de risico’s groot. Het was zowel een technisch complexe operatie, een politiek gevoelige situatie en bovendien zeer kostbaar. We waren voorbereid op het slechtste scenario, maar gezien de ernst van de situatie hadden we ook weinig te verliezen. Uiteindelijk is alles zeer goed verlopen.

We moesten natuurlijk ook rekening houden met de reactie van het publiek en van dierenrechtenactivisten. Het houden van walvisachtigen onder menselijke zorg staat al jaren ter discussie. Maar uiteindelijk zijn wij hier om dieren te redden, voor natuurbehoud en educatie. En in dit geval wisten we dat wij de enige oplossing waren.


Wat is het langetermijnplan voor deze twee beloega’s?

Ze maken nu deel uit van onze beloegafamilie. Ze blijven hier in Oceanogràfic en zullen niet terugkeren naar Charkiv, zelfs niet als de oorlog voorbij is en de situatie daar verbetert. Wij zijn nu verantwoordelijk voor de dieren. Ze zijn ook opgenomen in de beloega-database en in zowel het Europese als het Amerikaanse stamboek.


Verwacht u in de toekomst meer dieren uit conflictgebieden te helpen?

Op dit moment ligt er niets concreets op tafel en is het nog te vroeg om daar beslissingen over te nemen. Er zijn natuurlijk nog veel zeezoogdieren in Oekraïne, zoals dolfijnen en zeeleeuwen. Maar zelfs als we er een paar zouden willen redden, kunnen we dat momenteel niet. We hebben niet genoeg ruimte en de meeste Europese parken die dolfijnen of zeeleeuwen houden hebben ook geen plek meer.

Zelfs alle faciliteiten in Europa samen zouden niet genoeg capaciteit hebben om alle dolfijnen en vinpotigen uit Oekraïne op te vangen. Op dit moment kunnen dieren gelukkig wel naar veiligere locaties binnen Oekraïne zelf worden verplaatst.

Maar als we opnieuw om hulp worden gevraagd, zullen we nooit wegkijken. We zullen altijd kijken wat we kunnen doen. Bijvoorbeeld financiële steun of andere vormen van ondersteuning. Op dit moment is dat waarschijnlijk het maximale wat mogelijk is.


Wat was voor u persoonlijk het meest indrukwekkende moment van deze redding?

De professionaliteit en capaciteit van het Oceanogràfic-team. Toen dit gebeurde was ik recentelijk bij het team gekomen. Ik begon hier op 1 maart 2021. Dit was het eerste grote project dat ik in deze functie oppakte. Ik had Oceanogràfic eerder bezocht als inspecteur en was hier zelfs al geweest toen het beloegaverblijf nog in aanbouw was. Ik kende dus al collega’s, maar toch werd ik meteen in het diepe gegooid.

Het transporteren van walvisachtigen is al moeilijk onder ideale omstandigheden. Dat we dit in oorlogsomstandigheden, binnen slechts drie maanden, hebben kunnen organiseren is ongelofelijk. In mijn carrière heb ik aan veel transporten meegewerkt. Vaak was ik degene naar wie iedereen keek voor beslissingen. Dat kan enorm stressvol zijn. Bij deze operatie voelde ik die druk niet op dezelfde manier.De verantwoordelijkheid was er natuurlijk wel, maar we deden dit echt samen.

 

                                                                   Observatie

Toen ik bij Oceanogràfic aankwam, liep ik meteen naar het beloegaverblijf. Op mijn eerste dag besloot ik het park eerst als gewone bezoeker te ervaren. Zo kon ik de dieren en hun gedrag met eigen ogen observeren, zoals iedere bezoeker dat zou doen, en mijn eigen indrukken vormen zonder beïnvloed te worden door wat ik achter de schermen zou zien of tijdens het interview zou horen. Wat mij meteen opviel, was dat Miranda en Plombir het grootste deel van hun tijd doorbrachten in het achterste bassin, dat voor bezoekers slechts gedeeltelijk zichtbaar is, voornamelijk van bovenaf. In het grotere, voor het publiek toegankelijke deel van het verblijf zwommen Yulka en Kylu, terwijl Miranda en Plombir vooral in het backstagegedeelte bleven. Ik vermoedde al dat dit logisch was, aangezien dat achterste bassin de plek was waar Miranda en Plombir aanvankelijk waren geïntroduceerd. Het voelde voor hen waarschijnlijk veiliger en het leek bovendien meer op het bassin waarin zij eerder in Oekraïne hadden geleefd. Af en toe kwamen ze wel even naar het grotere publieke bassin, vooral Plombir, maar meestal keerden ze vrij snel weer terug naar het achterste gedeelte. Later op de dag zag ik Miranda en Plombir samen in een van de grotere, publieke delen van het verblijf. Daar waren ze langere tijd actief aan het spelen met verrijkingsmateriaal, wat erg positief was om te zien. Ze waren voortdurend samen. Ik heb ze eigenlijk nooit apart van elkaar gezien, behalve wanneer Plombir even een kort rondje door het verblijf zwom, maar dan hebben we het over slechts enkele minuten. Het was duidelijk dat deze twee dieren erg close zijn en liever tijd met elkaar doorbrengen dan met de andere twee beloega’s in het verblijf. Ik zag meerdere interacties tussen Miranda en Plombir: spelend, speelgoed met elkaar delen en elkaar zachtjes aanstotend of met hun mond aanraken. Vergelijkbare interacties tussen hen en Yulka of Kylu heb ik niet waargenomen. Op dat moment leek het alsof er als het ware twee ‘groepjes’ waren: Miranda en Plombir die meestal samen zwommen, en Yulka en Kylu die voornamelijk met elkaar optrokken. Belangrijk om te vermelden is dat dit volledig hun eigen keuze was. Alle poorten in het verblijf stonden open en alle dieren konden op elk moment het hele verblijf gebruiken.

Er was ook een duidelijk visueel verschil tussen Miranda en Plombir en de twee originele dieren Yulka en Kylu. Plombir was het gemakkelijkst te herkennen van de vier, omdat hij veruit de grootste is. Hij is een zeer groot dier van ongeveer vijf meter lang, waarschijnlijk een van de grootste, zo niet de grootste beloega onder menselijke zorg. Opvallend was ook dat Yulka en Kylu iets meer blubber hadden dan Miranda en Plombir. Dat was vooral goed te zien aan de buikzijde, waar bij de twee oorspronkelijke dieren een duidelijkere vetlaag zichtbaar was, terwijl Miranda en Plombir wat slanker oogden. Later in het interview hoorde ik dat dit komt doordat hun gewicht momenteel geleidelijk wordt opgebouwd, omdat zij nog niet volledig aangepast zijn aan de koudere, meer Arctische omstandigheden waarin Yulka en Kylu wel zijn opgegroeid. Op de tweede dag kreeg ik de kans om achter de schermen bij het beloegaverblijf te kijken en een trainingssessie bij te wonen. Het verblijf bestaat uit het publieke gedeelte dat door glas en van bovenaf zichtbaar is voor bezoekers, maar ook uit een uitgebreid systeem van bassins achter de schermen. Ook dit backstagegebied was opvallend schoon en goed georganiseerd, zeker voor een ruimte achter de schermen. Rond het complex zijn verschillende steigers en platforms aangelegd waarop de verzorgers de beloega’s kunnen benaderen. Ik werd uitgenodigd op een van deze platforms om twee trainingssessies te bekijken: één met alle vier de dieren en één met alleen Miranda en Plombir. Het was duidelijk dat de dieren een hechte band met hun verzorgers hebben. Tijdens de training hadden ze er geen moeite mee om dicht bij elkaar te zijn en ze reageerden zeer actief en positief op hun trainers. Miranda en Plombir deden geconcentreerd mee en bleven rustig in hun gedrag. Miranda zwom af en toe even weg, maar keerde kort daarna steeds terug naar haar trainer. Het was goed te zien dat de dieren zeer vertrouwd zijn met de dagelijkse routines en dat ze met hun trainers communiceren via geluiden en lichaamstaal. Later die dag zag ik nog twee trainingssessies met alle vier de dieren in het publieke gedeelte van het verblijf. Beloningen bestonden uit vis, maar ook uit speelgoed en aandacht van de trainers. Alles bij elkaar leken de dieren goed geïntegreerd in de groep: ze gebruikten actief het hele verblijf, namen deel aan trainingssessies en speelden met verrijkingsmateriaal. Het opbouwen van meer sociale interactie tussen alle vier de dieren kan mogelijk nog wat tijd vergen. Tegelijkertijd moet worden gezegd dat mijn bezoek natuurlijk slechts een momentopname was uit het dagelijkse leven van deze dieren.

                                                                      Conclusie

Ik heb mijn artikel bewust “De Lange Weg naar Sanctuary” genoemd. Het woord “sanctuary” is hierbij een opzettelijke woordspeling. Deze term wordt namelijk ook gebruikt voor verschillende hypothetische en soms gerealiseerde projecten, zoals het beloegareservaat in IJsland. Dit concept staat bekend als een “marine mammal sanctuary”.

Een marine mammal sanctuary wordt vaak voorgesteld als een alternatief onderkomen voor dolfijnen en walvissen die in aquaria of dolfinaria hebben geleefd. In theorie bevinden deze faciliteiten zich in natuurlijke kustgebieden, zoals baaien of lagunes, waar de dieren in echt zeewater kunnen leven binnen een beschermde omheining, terwijl zij nog steeds voedsel, veterinaire zorg en verzorging van personeel ontvangen. (Wat ze naar mijn mening niet heel anders maakt dan huidige dolfinaria, behalve dat de omgeving natuurlijker is..  al bestaan er ook dolfinaria met een natuurlijke omgeving.)

Sanctuaries worden vaak beschreven als een plek waar zeezoogdieren met “pensioen” kunnen gaan en in een meer natuurlijke omgeving kunnen leven. In de praktijk bestaat er echter maar één sanctuary en blijven veel projecten steken in de planningsfase. Het bouwen en onderhouden van dergelijke faciliteiten is uiterst complex en kostbaar. Het vereist gespecialiseerde infrastructuur, langdurige financiering en voortdurende professionele zorg. Veel initiatieven zijn sterk afhankelijk van donaties en hebben moeite om de middelen te verkrijgen die nodig zijn om een sanctuary daadwerkelijk te bouwen en te exploiteren. Zelfs wanneer een sanctuary daadwerkelijk wordt gerealiseerd, kan het overbrengen van dieren die tientallen jaren onder menselijke zorg hebben geleefd naar een natuurlijke omgeving problematisch zijn. Dieren kunnen moeite hebben zich aan te passen aan nieuwe omstandigheden, zoals ziekteverwekkers, weersomstandigheden, omgevingsgeluid of een onbekende omgeving. Daarnaast kunnen juridische en ecologische zorgen (zoals het risico op ziekteoverdracht naar wilde populaties) het moeilijk of zelfs illegaal maken om dieren uit dierenparken in kustgebieden onder te brengen. Daardoor blijft het sanctuary-concept, ondanks dat het vaak als een ideale oplossing wordt gepresenteerd, in de praktijk een uitdagende en beperkte optie.

Belangrijker nog is dat sanctuaries niet automatisch een verbetering van het welzijn garanderen. Hoewel ze vaak worden gezien als een meer ‘natuurlijke’ en daarmee betere omgeving, profiteren dieren die het grootste deel van hun leven onder menselijke zorg hebben doorgebracht niet per se van meer ruimte of blootstelling aan natuurlijke omstandigheden. In sommige gevallen kunnen zij juist stress of ongemak ervaren wanneer zij worden geïntroduceerd in minder gecontroleerde omgevingen, zoals de dieren in IJsland nu al twee keer hebben laten zien. Observaties uit andere projecten suggereren dat individuele dieren soms een voorkeur tonen voor de vertrouwdheid en voorspelbaarheid van hun bestaande leefomgeving boven meer natuurlijke of grotere omgevingen. Deze overwegingen maken duidelijk dat het niet altijd beter is voor het dier om ze groter of natuurlijker te huisvesten. In plaats van uitsluitend te vertrouwen op menselijke verwachtingen over wat natuurlijker, wenselijker of ‘beter’ lijkt voor de dieren, is een zorgvuldige wetenschappelijke beoordeling nodig om vast te stellen of een bepaalde omgeving het welzijn van elk individueel dier daadwerkelijk verbetert of juist schaadt. Daardoor blijven sanctuaries, hoewel ze vaak als een rooskleurige en eenvoudige oplossing worden gepresenteerd, in de praktijk een complexe optie.

Daarom lijkt het mij dat sanctuaries geen realistische grootschalige oplossing zijn voor de meer dan 2.000 dolfijnen en walvissen die alleen al in Westerse landen in dolfinaria en aquaria leven. Op dit moment bestaat er wereldwijd slechts één operationele sanctuary, namelijk die in IJsland die in dit artikel wordt besproken. Zelfs die faciliteit huisvest slechts twee dieren en is er na zeven jaar nog steeds niet in geslaagd deze dieren succesvol te laten leven in het meer natuurlijke openwaterverblijf dat is gecreëerd. De meeste andere sanctuary-projecten bevinden zich nog in de planningsfase of zijn vertraagd, geannuleerd of volledig stopgezet. Zelfs als alle momenteel voorgestelde projecten daadwerkelijk zouden worden gebouwd, zou hun gezamenlijke capaciteit waarschijnlijk slechts enkele tientallen dieren kunnen huisvesten. Dat is slechts een klein deel van het totale aantal walvissen en dolfijnen dat momenteel onder menselijke zorg leeft. Daarbij is er dus een zeer realistische kans dat het ook nog het welzijn van de dieren schaadt, of in iedergeval niet per se verbetert. Het bouwen van voldoende sanctuaries om duizenden dieren op te vangen zou enorme financiële middelen vereisen, evenals grote kustgebieden met geschikte milieufactoren, langdurige personele inzet en complexe vergunningstrajecten. Factoren die zelfs voor één enkel project al zeer moeilijk blijken te realiseren.

Meer nog is het probleem niet in de eerste plaats financieel, maar ook conceptueel van aard. Sanctuaries leiden dus niet noodzakelijk tot betere welzijnsuitkomsten. Bewijs suggereert dat welzijn sterker samenhangt met factoren zoals sociale structuur, waterkwaliteit, dieet en veterinaire zorg dan met meer ruimte of het verblijven in 'echte' zee. In deze context kunnen sanctuaries tekortschieten, niet alleen door een gebrek aan financiering, maar ook omdat zij niet consequent de welzijnsvoordelen bieden die vaak worden geclaimd.

Het woord “sanctuary” verwijst in algemene zin naar een plaats van veiligheid, bescherming of toevlucht, waar iets wordt beschermd tegen schade of verstoring. In brede zin betekent een sanctuary dus: een beschermde plek waar mensen of dieren veilig kunnen leven. In de praktijk lijkt de zorg die Oceanogràfic Valencia biedt aan de geredde beloega’s Miranda en Plombir functioneel gezien meer op de rol van een sanctuary dan veel projecten die deze naam dragen. De twee dieren werden via een complexe internationale reddingsoperatie uit een oorlogsgebied in Oekraïne geëvacueerd en naar veiligheid gebracht in Valencia om daar veterinaire zorg, langdurige huisvesting en een stabiele omgeving te krijgen. Bij Oceanogràfic worden ze voortdurend gemonitord door specialisten, hebben ze toegang tot gecontroleerde water en luchtcondities en maken ze deel uit van een kleine sociale groep met andere beloega’s, wat belangrijk is voor hun welzijn. Daartegenover staat dat de enige operationele sanctuary voor beloega’s, in IJsland, moeite heeft gehad om de dieren succesvol te laten wennen aan het openwaterverblijf. De dieren daar leven bovendien in omstandigheden die niet volledig natuurlijk zijn. (Hoewel groepen met uitsluitend mannetjes in het wild voorkomen, geldt dat niet voor groepen met uitsluitend vrouwtjes, terwijl de twee dieren in IJsland beide vrouwtjes zijn. Bovendien is het op zijn minst opmerkelijk dat het project zich in IJsland bevindt, een gebied waar beloega’s van nature niet voorkomen). Dit laat zien dat het sanctuary-concept, hoewel aantrekkelijk in theorie, in de praktijk met aanzienlijke uitdagingen te maken kan krijgen. Daarom stellen sommige mensen dat goed uitgeruste dierenparken met grote verblijven, veterinaire infrastructuur en ervaren personeel in feite kunnen functioneren als vervangende sanctuaries voor dieren die niet meer naar het wild kunnen terugkeren. In dergelijke gevallen is niet de naam van de faciliteit het belangrijkste, maar de vraag of deze op de lange termijn veiligheid, professionele zorg en stabiele leefomstandigheden voor de dieren kan bieden.

Ik denk dat we wat "goed" is voor de dieren moeten baseren op wetenschappelijk bewijs om te bepalen wat de dieren daadwerkelijk ten goede komt, in plaats van op meningen, 'mooie plaatjes' of gevoelens. Op het moment worden de beloega's in IJsland in feite gebruikt om een succesverhaal voor het opvangreservaat te ondersteunen, zelfs wanneer dat duidelijk niet het beste is voor de dieren. Naar mijn mening laten dierentuinen een vorm van 'beschermd' leven effectiever zien dan de sanctuary projecten die in de loop der tijd zijn gerealiseerd, voorgesteld en/of stopgezet.